Hebben dromen betekenis? Een rondleiding door de dromende hersenen

Sigmund Freud wordt beschouwd als de vader van de droomwetenschap, ook al is het grootste deel van zijn droomtheorie vandaag de dag in diskrediet gebracht. Freud ging ervan uit dat dromen een uitdrukking zijn van het geest-hersensysteem, iets dat nog steeds breed geaccepteerd wordt door wetenschappers, psychologen en filosofen. Toch hoor je regelmatig de vraag: ‘Hebben dromen betekenis, of zijn het willekeurige stukjes hersenafval?’

Veel delen van de hersenen dragen bij aan de ervaring van het dromen: van het lagere brein tot de middelste en hogere hersenstructuren. Te oordelen naar de theorieën die vandaag de dag uit de neurowetenschap komen, lijkt het erop dat er inderdaad betekenis is ingebouwd in het weefsel van het dromen zelf.

De lagere hersenstructuren in REM-slaap

Evolutionair gezien is de hersenstam het oudste deel van het menselijk brein, dat door alle gewervelde dieren wordt gedeeld. In 1977 ontdekten Allan Hobson en Robert McCarley dat elektrochemische impulsen van de hersenstam de architectuur voor de REM-slaap creëren. Niet alle dromen komen voor in REM-slaap, maar het is deze fase van de slaap die de relatief actieve geestesgesteldheid biedt, waarin veel van onze herinnerde dromen zich voordoen.

Het idee dat deze hersenstam-pulsen in wezen willekeurig worden gegenereerd is door menig journalist verkeerd geïnterpreteerd tot het idee dat de inhoud van dromen ook willekeurig wordt gegenereerd of zonder betekenis is. Deze hypothese suggereert eerder dat de functie van dromen vooral fysiologisch is. Psychologen betwisten dit niet. Zoals Hobson zelf heeft verduidelijkt denkt hij dat dromen een psychologische betekenis hebben. In feite houdt Hobson al tientallen jaren zijn eigen droomdagboek bij.

Hoe zit het met het idee dat dromen ontstaan bij het defragmenteren van de hersenen, het proces van het verwijderen van informatie? Deze theorie komt van Francis Crick en Graeme Mitchison uit 1982, bekend als de “reverse learning theory of dreams“. Hoewel het een goede afspiegeling is van de computerwetenschap ondersteunen de meeste wetenschappers het idee vandaag de dag niet meer.

Het middenbrein integreert emoties

Wanneer het droomgedeelte van slaap begint, wordt het middenbrein een elektrochemisch vuurwerk van activiteit. In feite is het middenbrein zo actief in de REM-slaap dat Hobson (1999) zijn theorie heeft gewijzigd, om te suggereren dat het net zo verantwoordelijk kan zijn voor de structuur van dromen als het lagere brein. Dit deel van de hersenen wordt gedeeld door alle zoogdieren en staat ook bekend als het limbisch systeem, het regelt emotionele reacties. Tijdens het dromen is het middelste brein actiever dan tijdens ontwaken, dus je zou kunnen zeggen dat emotionele intelligentie de leidende factor is in je dromen.

Een deel van het middelste brein is bijzonder actief: de amygdala, een walnootgrote klomp die de filosoof Rene Descartes, en later Emmanuel Swedenborg, ooit aanwezen als de zetel van de ziel. Vandaag de dag noemen we de amygdala de zetel van emotie, en vooral van angst, vanwege zijn rol in het handhaven van gevecht- of vluchtreacties.

Droomonderzoeker Rosalind Cartwright stelt dat we oude herinneringen opnieuw afspelen en actualiseren met informatie uit recente ervaringen. Dit is emotionele logica: het gaat niet om oorzaak en gevolg, maar om emotionele overeenkomsten. Cartwright’s laboratoriumonderzoek suggereert dat de meeste dromen negatief zijn in emotie, de meest voorkomende emoties in dromen zijn angst, spanning, boosheid en verwarring.

Dit idee wordt weerspiegeld in de evolutietheorie van het dromen, die ervan uitgaat dat dromen mogelijke bedreigingen herhalen. Bedreigingen uit het verleden zijn belangrijke gegevens in deze zin, die laten zien hoe een droom tegelijkertijd over het verleden en de toekomst kan gaan.

Het hogere brein doet een dutje

Dus als we in dialoog zijn met een pratende beer, hoe komt het dan dat we ons niet realiseren dat we in een droom zitten? Neurowetenschapper Allen Braun publiceerde in 2002 een provocerende bevinding, waarbij gebruik werd gemaakt van nieuw bewijs uit hersenscans. Ze ontdekten dat, tijdens het dromen, het hogere brein in wezen offline is. Het hogere brein is het nieuwste deel van de hersenen – de cortex – en de mens heeft meer grijze stof, evenals de meest ingekapselde grijze stof, in deze laag dan alle andere zoogdieren.

Braun stelt dat de prefrontale cortex – die taal, logica en kritisch denken genereert – een elektrochemische siësta neemt, terwijl we ruzie maken met die pratende beer. Om welke reden dan ook, we accepteren het bizarre landschap om ons heen grotendeels.

Het werkgeheugen is dan wel aan het lunchen, maar het voelt vreemd genoeg bekend als we in de droom zelf zitten. Misschien is er een deel van onszelf dat in de droomwereld thuishoort, en dat zich goed voelt in de regels van het rijk, zoals dieptepsycholoog James Hillman stelt.

Iets dergelijks gebeurt ook in andere zeer creatieve staten. Een fMRI-studie (Limb & Braun, 2008) toonde bijvoorbeeld een verminderde activering in de prefrontale cortex wanneer deskundige jazzmuzikanten spontaan jamden in vergelijking met wanneer ze bekende stukken speelden. Vanuit dit perspectief klinkt dromen als een rustige staat (flow state) zoals gedefinieerd door Mihaly Csikszentmihalyi, niet als een gebrek aan cognitie.

In dromen wordt er namelijk nog steeds kritisch nagedacht, we omzeilen de vreemde plotveranderingen en bizarre visuele beelden die de andere delen van de hersenen ons opsturen. Cognitief psycholoog Tracey Kahan heeft veel kwantificeerbaar bewijs verzameld dat we meta-cognitie hebben in dromen. Vroeger werd metacognitie gezien als het toppunt van wakker denken, en dromen werden verondersteld er volledig verstoken van te zijn. Kahan’s gegevens laten zien dat we nog steeds nadenken over onze gevoelens, nadenken over beslissingen en ons afvragen wat er om ons heen gebeurt in het droomverhaal.

Het uiterste van deze trend in metacognitie is natuurlijk het lucide dromen, dat is wanneer de dromer weet dat hij droomt en de droom kan sturen terwijl hij droomt. Wetenschappelijk gevalideerd door Stanford psychofysioloog Stephen Laberge, wordt helder dromen gekenmerkt door bewuste keuzes, actief denken en logisch redeneren in de droom. Deze bewering werd versterkt door onderzoeker Ursula Voss in 2009, die samen met haar collega’s van het Neurologisch Laboratorium in Frankfurt, Duitsland, sterk bewijs publiceerde dat de hersenen de activiteit in de frontale en frontale gebieden tijdens deze “zelfbewuste” dromen heeft verhoogd.

Maar wat is de betekenis van een droom? Jij beslist.

Zoals de cognitief psycholoog Bill Domhoff kwantitatief heeft aangetoond, komt de inhoud van onze dromen grotendeels overeen met onze interesses, zorgen en bezigheden in het ontwakende leven. Domhoff’s bewijs ondersteunt de continuïteitshypothese voor dromen, een van de meest breed gedragen moderne theorieën over hoe droominhoud wordt gevormd, ervaren in het moment, en geïnterpreteerd bij het ontwaken.

Het herzien van theorieën over hoe de hersenen dromen creëren en interpreteren reduceren dromen niet tot “slechts” een biologische gebeurtenis. De vraag is niet ‘hebben dromen betekenis’, maar ‘wat vind je betekenisvol?’

Bronnen

Allan Hobson and R. McCarley, The Brain as a Dream State Generator: an Activation-Synthesis Hypothesis,” American Journal of Psychiatry 134 (1977), 1335-1348.

Psychology Today: Dreaming up a good mood

Voss, U., Holzmann, R., Tuin., Hobson, J.A. (2009). Lucid dreaming: a state of consciousness with features of both waking and non-lucid dreaming. Sleep, 2009 Sep 1;32(9):1191-200.

Balkin, Braun, Wesensten, Jeffries, Varga, Baldwin, Belensky, Herscovitch, 2002. The process of awakening. Brain, 125, 2308-2319

Kahan, Tracey and Stephen LaBerge. Dreaming and waking: Similarities and differences revisitedConscious and Cognition, 2010

Limb, C. J., & Braun, A. R. (2008). Neural substrates of spontaneous musical performance: An fMRI study of jazz improvisation. PLoS One, 3(2), e1679.