Een evolutietheorie over dromen

Denken over denken is moeilijk, en denken over dromen is moeilijker. Er is maar één serieuze evolutietheorie over dromen die wordt onderzocht in de academische wereld. Dit komt omdat we nog niet genoeg weten over de biologische functie van slaap. Dromen is daarmee een onbekende factor binnen een onbekende factor.

Dat heeft Antti Revonsuo, een Finse filosoof die lesgeeft aan de Universiteit van Turku, niet tegengehouden om een theorie te ontwerpen: Threat Simulation Theory for dreams. Deze theorie stelt dat de biologische functie van dromen is om bedreigende gebeurtenissen te simuleren, zodat we kunnen oefenen hoe ze te herkennen en te vermijden.

Onze voorouders overleefden misschien wel omdat ze goede dromers waren en die dromen gebruikten om de mentale en fysieke vaardigheden te oefenen die nodig zijn om te overleven in de wereld. De theorie zegt niets over of dromen al dan niet herinnerd moeten worden om hun werk te kunnen doen.

Deze theorie berust op de algemeen aanvaarde observaties dat de meeste herinnerde dromen stressvol zijn en gevuld met negatieve emoties en dramatische conflicten. Revonsuo richt zich op deze empirische droominhoud, en heeft de afgelopen tien jaar onderzoek gedaan naar de patronen van bedreigingen in de dromen van kinderen, getraumatiseerde patiënten, nachtmerrielijders, en zelfs sommige hedendaagse jager-verzamelaars.

Bij het vergelijken van getraumatiseerde kinderen met niet-getraumatiseerde kinderen ontdekten ze dat getraumatiseerde kinderen (door oorlog, misbruik en natuurrampen) inderdaad meer bedreigingen in hun dromen hebben. Het is alsof hun eerdere ervaringen de droomsimulaties in een hogere versnelling heeft gebracht.

Veel klinische psychologen zijn het erover eens dat dromen onze centrale conflicten, onze trauma’s uit het verleden, onthullen, en dus vormen ze een manier van verwerken van de onrust van het leven. Wat dit echter als een evolutietheorie kenmerkt, is het koppelen van deze volkswijsheid aan de evolutionaire doelen van reproductief succes en het doorgeven van genen.

Het is een intrigerende theorie, maar het is geen verklaring voor een mechanisme dat een duidelijk verband legt tussen “succesvolle droomcognitie” en reproductief succes. Deze theorie gaat daarnaast uit van de veronderstelling dat het vroege mensenleven vol risico’s en trauma’s zat die vandaag de dag niet meer aanwezig zijn. Wat goed mogelijk is, maar wat we niet zeker weten.

Dromen als dreigingsstimulans is slechts het eerste deel van de functie van dromen waarover momenteel in het Westen wordt gedebatteerd. Deze theorie is een grote eerste stap, maar het ontkent de rijke verhalen in dromen die net zo belangrijk kunnen zijn voor de menselijke betekenis. Tenslotte is het de inhoud van dromen waar mensen het honderdduizend jaar geleden echt over hadden rond het kampvuur.

VALLI, K., REVONSUO, A., PALKAS, O., ISMAIL, K., ALI, K., PUNAMAKI, R. (2005). The threat simulation theory of the evolutionary function of dreaming: Evidence from dreams of traumatized children. Consciousness and Cognition, 14(1), 188-218. DOI: 10.1016/S1053-8100(03)00019-9